Jan Kalff

Interview met Jan Kalff, oud-bestuursvoorzitter van ABN/Amro, in Vrij Nederland van 26 april, onder de kop ‘Ik heb al die miljoenen niet nodig’. Vooral over de kredietcrisis en de verontwaardiging van Kalff over het gedrag van Amerikaanse banken.

Intro:

De bedachtzame bankier raakte uit de gratie en korte tijd later brak de kredietcrisis uit. Jan Kalff, oud-bestuursvoorzitter van ABN Amro en de belichaming van de bankier oude stijl, meent dat het één direct gevolg is van het ander. ‘Hebzucht en roekeloosheid liggen aan de basis van deze crisis.’

Tekst:

‘Het kwalijkste aan deze crisis is de schade aan het imago van het bankwezen.’ In de serre van zijn villa in Blaricum praat Jan Kalff met stevige verontwaardiging over het spel dat voornamelijk Amerikaanse banken hebben gespeeld. Hij ergerde zich de afgelopen jaren aan het roekeloze gedrag en aan de hebzucht, die het eerste fenomeen voedde. Snelle jongens vliegen snel uit de bocht.

In zijn eigen tijd als machtigste man van ABN Amro, was Jan Kalff het toonbeeld van de degelijke en bedachtzame bankier. Hoffelijk, betrouwbaar en gedistingeerd. ‘De onkreukbare’ noemden ze hem in de wandelgangen van zijn eigen bank. Voorzichtigheid en risicobeheersing stonden bij zijn beslissingen voorop. Saai vond hij een compliment. Een van zijn bekendste uitspraken uit die tijd luidt: ‘Er zijn meer banken groot geworden door fouten te vermijden dan door het heel goed te doen.’ En ook vandaag de dag ziet Kalff integriteit en professionaliteit als de pijlers van het bankwezen. Extra wrang dat het in de afgelopen jaren juist op die punten is misgegaan. ‘Een bank leeft van vertrouwen. En nu gaat het niet om een paar banken, maar om het aanzien van het hele bankwezen.’

Kalff is ook ‘verbaasd en teleurgesteld’. Hij had niet gedacht dat Amerikaanse banken, waar hij in zijn leven veel mee te maken heeft gehad, zich zo massaal zouden inlaten met het verkopen van ‘onethische producten’. Daarmee doelt hij op hypotheken waarvan de rente aanvankelijk laag is, maar in korte tijd snel oploopt. Zogenaamde ‘teaser mortgages’. Verkopers in Amerika verstrekten die ‘aan mensen die daar eigenlijk niet goed voor waren’, zoals Kalff het verwoordt. Ze vormden de aanzet tot de huidige crisis.

Afnemende meeropbrengst

Jan Kalff, die volgende maand 71 wordt, is ogenschijnlijk niets veranderd sinds hij acht jaar geleden afscheid nam bij ABN Amro. Even gesoigneerd, slank, en met een minstens zo geaffecteerde dictie als destijds. Jan Kalff is ook niet met pensioen. Hij vervult verschillende commissariaten en adviseursfuncties. Onlangs voerde hij als president-commissaris van Stork nog een bitter gevecht met twee hedgefondsen, Paulson en Centaurus, over het wel of niet opbreken van het bedrijf. Als president-commissaris van Hegemeijer zag hij durfondernemers komen en gaan. Zijn analyse van de huidige crisis is opvallend moreel geladen.

Kalff: ‘Niet alleen in de financiële wereld, maar in allerlei takken van de economie komt veel van de narigheid die we nu zien door de slechte effecten van hebzucht. Ik zag het al in de tijd dat ik nog bij de bank zat, maar inmiddels is het allemaal erger geworden: mensen die een miljoen hebben verdiend, zijn niet tevreden maar willen dat tweede miljoen. Als dat er eenmaal is, omdat ze geluk hebben of hard gewerkt, dan zijn ze nog niet blij. Dan willen ze echt dat vijfde miljoen hebben. Een van de belangrijkste drijfveren van geluk blijkt niet het absolute, maar het relatieve bezit van geld. Het is blijkbaar voor velen onverteerbaar om twee miljoen te hebben en te zien dat een ander in een vergelijkbare positie inmiddels aan het vijfde miljoen is begonnen. Voor mij persoonlijk geldt de oude economische wet van de afnemende meeropbrengst. Ik heb al die miljoenen niet nodig. Ik heb ze ook nooit gevraagd aan de commissarissen; het was goed wat ik verdiende. En dat was tamelijk bescheiden vergeleken met de beloningen van vandaag de dag.’

De bediening zet een kopje koffie op een bijzettafeltje met daarop de Avro-bode, een dvd over pianist Louis van Dijk (‘Chez Louis’) en de meest recente catalogus van de Tefaf, de jaarlijkse kunstbeurs in Maastricht. Vanuit de serre is er goed zicht op een keurig bijgehouden Franse tuin, met laaggeschoren hagen en symmetrische lijnen. We praten over de exorbitante optiepakketten van het management van grote bedrijven. In zijn tijd bij de bank was Jan Kalff altijd tegen al te buitensporige beloningen. Die slag heeft hij gemist, inmiddels zijn ze gemeengoed. Kalff voerde destijds een helder argument aan. Door enorme optie- en aandelenpakketten zijn medewerkers te veel aandacht en tijd kwijt aan het bestieren van de eigen centen.

Kalff nu: ‘Dat is zo. Als je eenmaal ruikt aan miljoenen, of je ziet de beurskoers oplopen van de aandelen waar jij opties op hebt, dan ga je al denken: ik ga een jacht kopen, of een tweede huis, of weet ik niet wat. Dat kan flink afleiden.’ De bonussen en aandelenopties hebben volgens Kalff ook bijgedragen aan het ontstaan van de kredietcrisis. ‘Ze hebben bankiers in de VS aangezet tot het nemen van onverantwoorde risico’s. Het gaat bij die beloningen tegenwoordig ook niet meer om een paar topmannen, maar om vele duizenden met inkomens die wij buitenproportioneel vinden en die het vermogen tot een correcte risico-inschatting aantasten. In mijn begintijd was de hele sfeer in het bedrijfsleven: je had een salaris en dat was het. Je was heel blij als je het jaar daarop een verhoging kreeg, maar dat hele zoeken naar meer geld, kende men nog niet zo. En je hebt in die bedrijfschandalen met Enron gezien waartoe het kan leiden. Gelukkig hoor je nu veel vaker stemmen die zich verzetten tegen extreme beloningen. Die zeggen: bij mij komen ze er niet in. Terecht, want zij die minder vragen… zouden die echt zoveel minder zijn? Ik vraag het me af.’

Kaboutertjes

Kalff, van huis uit jurist, vertelt graag over de ins en outs van bepaalde zakenbanken, over financiële producten en ‘securisaties’ die in de huidige crisis een belangrijke rol spelen. Maar hij kan ook middenin een technische beschouwing plotseling terugkeren bij eenvoudige, morele uitgangspunten. ‘In Amerika wordt wel gezegd: als je een te hoge hypotheek hebt genomen of de volledige aankoopsom van je huis hebt geleend, dan is het je eigen schuld als het misgaat. Dat vind ik kwalijk, want banken hebben een verantwoordelijkheid voor hun klanten. Sommige mensen bescherm je tegen henzelf. Ook uit eigenbelang. De olievlek van deze crisis spreidde zich uit toen de gespecialiseerde woninghypotheekbanken het risico van die subprime-leningen doorverkochten. De rating agency’s hebben vervolgens zitten slapen, of hebben zich laten ompraten, want die gaven deze producten ook nog eens hele mooie waarderingen. Terwijl iedereen weet dat een verhaal dat te mooi is om waar te zijn, ook niet waar is. Een toprating hebben en toch een hoog rendement? Kaboutertjes bestaan niet, dat blijkt maar weer. Maar de hebzucht om de machine aan de gang te houden was zo groot dat niemand de ogen meer open hield.’

De oud-bankier heeft ook een zekere weerzin tegen een te grote nadruk op de econometristische instrumenten van het vak. Hij vindt dat de top van het bankwezen soms de ‘eigen verantwoordelijkheid is vergeten’ toen ze in toenemende mate de kredietbeoordeling delegeerde. Zelf bemoeide hij zich met allerlei details. Medewerkers vonden soms plotseling een handgeschreven briefje, als Kalff extra informatie wilde, of een suggestie aan de hand deed.

‘Dat is misschien wel het enige voordeel van deze crisis. De afname van het overdreven vertrouwen in het wiskundige model bij het bepalen van risico’s. Een model kan wel zeggen dat een product veilig is, ofwel een triple A-rating heeft, maar je gezond verstand moet soms zeggen: dat kan niet. Als je bijvoorbeeld een hoop zwakke leningen bij elkaar doet, worden ze echt niet opeens allemaal goed. Wat je model ook voorrekent. Het is opmerkelijk dat bankiers zichzelf zo voor de gek hebben gehouden. Modellen zijn immers maar zo sterk als de assumpties die je er aan ten grondslag legt. Niet sterker. Er wordt geprobeerd gezond verstand totaal te vervangen door modellen. En dat is fout.

Econometristen staan soms te ver van de werkelijkheid. Weet je nog van LTCM? Een hedgefonds in Amerika dat onder leiding stond van voormalige economiehoogleraren, onder wie een nobelprijswinnaar. Die hadden via ingewikkelde constructies en enorme hefbomen met een klein eigen vermogen een portefeuille van meer dan tien miljard weten te creëren. Waanzinnig. Maar het ging wel fout.’ En behoorlijk fout. In de periode 1994-1998 haalde LTCM jaarlijks rendementen van veertig procent en daarna verloor het, in een maand, 1,9 miljard dollar. De FED van New York greep in om een wijdverbreide crisis van het systeem te voorkomen. Kalff: ‘Dat is tien jaar geleden, maar kennelijk is er onvoldoende van geleerd.’ Kalff vindt dat een bankbestuur zelf moet besturen. Hij kende alle producten waar ABN Amro geld mee verdiende. Dat is misschien een ouderwetse situatie, denkt hij, maar geen slechte.

Teleurgesteld

Van ABN Amro is inmiddels nagenoeg niets meer over. Royal Bank of Scotland, het Spaanse Santander en Fortis verdelen momenteel de inboedel. Kalff is flink teleurgesteld over het opbreken van ABN Amro. We praten over de analyse van Han de Jong, ook nu nog de chief-economist van ABN Amro. Die zei vorige maand in debatcentrum De Balie dat het bijzonder wrang is dat timing zo’n doorslaggevende rol heeft gespeeld. Als ABN Amro het iets langer had volgehouden, kun je volgens De Jong inmiddels concluderen, dan zou de bank nog bestaan. Sterker, dan zou de bank nu zelfs een relatief sterke positie hebben, omdat ze weinig van de ingewikkelde samengestelde pakketten in portefeuille had, met daarin de gewraakte subprime-leningen. De Jong: ‘Achteraf is het begrijpelijk dat de beurskoers van het aandeel ABN Amro achter bleef bij de concurrentie. Die zaten in de toen nog rendabele producten die later de narigheid hebben veroorzaakt. Maar als de zaak nu had gespeeld, waren de opkopers niet in staat geweest genoeg geld bijelkaar te harken om ABN Amro te kopen.’ Natuurlijk zijn er fouten gemaakt door de bank, erkent De Jong, maar dat is dan in een eerder stadium gebeurd, nog voordat de activistische aandeelhouder TCI een brief aan de leiding van de bank stuurde met het verzoek de boel op te splitsen en te verkopen. Kalff wil hierover niet ‘on the record’ zijn mening geven. Wel kan hij vertellen over zijn verbazing toen hij zag hoe lijdzaam de politiek toekeek naar de doodstrijd van ABN Amro. Tijdens het overnamegevecht vroeg Nout Wellink de politiek zelfs om bemiddeling. Tevergeefs. Kalff: ‘Al weken kon iedereen in de krant lezen hoe serieus de mogelijkheid was dat ABN Amro werd opgebroken. Niemand in Den Haag maakte zich daar werkelijk zorgen over. Als dan Wellink, heel verstandig, toch besluit daar aandacht voor te vragen, krijgt hij nul op het rekest.’ Balkenende wilde Wellink niet eens ontvangen. Kalff: ‘Boston Consulting Group kwam onlangs weer met een rapport over het grote belang van hoofdkantoren van grote bedrijven in Nederland. De overheid doet daarom ook haar best om die hoofdkantoren hier te krijgen of te houden. Daar ben ik het van harte mee eens, want de spin-off van hoofdkantoren is groot: advocaten, consultants, accountants, noem maar op. Zelfs voor het culturele leven van een stad als Amsterdam is het van belang.’ Het is wrang, meent Kalff, dat overheidsgeld hiervoor gereserveerd wordt, terwijl enige inspanning om ABN Amro intact te houden, niets had gekost. De overheid had niet hoeven dicteren, legt Kalff uit, maar gewoon hier en daar een duwtje kunnen geven. Een paar van de juiste mensen rond de tafel moeten krijgen. ‘Kijk, ABN Amro is niet zomaar een bedrijf.’ En Kalff wijst op de relatieve grootte van ABN Amro, die bij verkoop ongeveer twee keer zoveel opbracht als de huidige beurswaarde van Philips. ‘Met het verlies van ABN Amro gaat belangrijke infrastructuur verloren. In het internationale betalingsverkeer, in het kredietvak, in kennis, know-how; allemaal belangrijk voor het functioneren van een land.’

Zijn wij als klein land niet gedoemd om ons verre te houden van enige vorm van protectionisme, omdat de winsten van de grote Nederlandse bedrijven noodgedwongen in het buitenland worden gehaald?

‘Je moet dit niet in de sfeer trekken van protectionisme, van oranjegevoel of van buitenlanders buiten de deur houden. Dat is kennelijk door sommigen verkeerd begrepen. Het gaat erom dat Nederlandse bedrijfseconomische activiteit met grote toegevoegde waarde niet verloren mag gaan.

Activistische aandeelhouders

Als president-commissaris van Stork vocht hij een robbertje met enkele grote aandeelhouders. Tegelijk adviseert hij zelf investeringsmaatschappijen als HAL Investments en Amerikaanse investeerder JC Flowers. De laatste is mede-eigenaar van de Nederlandse zakenbank NIBC, de oude nationale investeringsbank. Opgevallend genoeg maakte Kalff deel uit van de commissie onder leiding van Morris Tabaksblat, die vijf jaar geleden een code opstelde waarin aandeelhouders meer macht krijgen. Juist met een aandeelhouder die zich activistisch gedroeg, is de ondergang van ABN Amro ingeluid. Heeft Kalff spijt van de code?

Kalff: ‘Nee. Je moet die code in historisch perspectief plaatsen. In de jaren zestig en zeventig is er binnen het bedrijfsleven macht verschoven naar de factor arbeid, naar de ondernemingsraden. De reactie die daarop kwam, gaf meer macht aan de commissarissen. Wij vonden in 2003 dat er meer invloed moest komen van de eigenaren, de aandeelhouders. Maar wij hebben ons onvoldoende gerealiseerd dat de aandeelhouders niet één vennootschaporgaan vormen. De raad van bestuur, de raad van commissarissen en de COR doen dat wel, maar dat geldt niet altijd voor de aandeelhouders, die soms bestaan uit groepen met uiteenlopende belangen: pensioenfondsen, particulieren met enkele geërfde aandelen die ze niet van plan zijn ooit te verkopen, hedgefondsen, pure speculanten. Vooral die laatsten hebben louter kortetermijnredenen. Ze gebruiken aandelen niet om een stukje van een onderneming in hun bezit te krijgen, maar puur en alleen om er zelf snel beter van te worden. En die groep is enorm gegroeid. In 2003, toen onze code verscheen, waren er nog nauwelijks activistische aandeelhouders. Dat is een recent fenomeen. De hedgefondsen die Ahold, Philips en Corporate Express op de nek zitten, die waren toen nog niet actief.’

‘Aandeelhouders zijn niet verplicht in het belang van de onderneming te denken, zoals een directie en de raad van commissarissen. Dat kan problemen opleveren waar de onderneming onder lijdt. Er zijn schrijnende gevallen, waarbij de aandeelhouders er zelf beter van werden, terwijl ze het bedrijf met een grote schuldenlast achterlieten. Dat kende je vroeger niet. Als aandeelhouders in het verleden niet hun zin kregen, was het ergste dat ze je aandeden: de verkoop van de aandelen. Vaker naar de rechter gaan lijkt me niet gewenst. Het vertraagt enorm en biedt te veel onvoorspelbaarheid. Ik denk dat er een marktmeester moet komen naar Brits voorbeeld. Dat heb ik ook in Den Haag voorgesteld. Een marktmeester die geschillen op de financiële markt kan oplossen. Die tijdig ingrijpt en stuurt. En daarmee spelregels geeft. Ik verwacht dat wij dat hier ook krijgen.’

Fatsoensgrens

Maar uiteindelijk komt het bedrijfsleven niet van het nieuwe, roekeloze kapitaal af, als oude fatsoennormen niet in ere worden hersteld. Maar komt dan ook de onkreukbare Kalff nooit in de verleiding? Als hij bijvoorbeeld bij HAL-investments nadenkt over mogelijke investeringen; ziet hij dan nooit Apax-achtige mogelijkheden? En adviseert hij daar dan tegen uit morele overwegingen? ‘Niet alleen ik, alle commissarissen bij HAL zouden dergelijke voorstellen afwijzen. Sterker, dat soort voorstellen bereiken ons nooit, want zo is het management van Hal niet. Het gaat in het bedrijfsleven niet louter en om alleen om je eigen portemonnee. Het gaat ook om de wijze van zaken doen. Je mág wel aan je eigen portemonnee denken. Sterker, je bent gek als je dat niet doet. Maar je moet niet alléén aan je eigen portemonnee denken. Er is ook nog zoiets als reputatie. Sommige streken kun je maar één keer leveren, want daarna is het uit met de goede naam. Bij Koninklijke Volker Wessels Stevin en bij Stork heb ik ook met private equity te maken gehad. En dan zie je dat er ook partijen zijn die wel oppassen om niet te ver te gaan. De meeste onder hen erkennen een fatsoensgrens.’

Is fatsoen de smeerolie van het economische mechaniek? ‘In zekere zin wel, ja. En van het in orde houden van het hele economische systeem. Maar begrijp me niet verkeerd: ik zie private equity en hedgefondsen niet als een reële bedreiging van het economische systeem. Het zijn toch altijd maar een paar die enorm veel aandacht van de media trekken. Die zijn smaakmakend, dat is het vervelende eraan. Toch denk ik dat uitwassen uiteindelijk gecorrigeerd zullen worden. Ik geloof in de vrije markt. Maar het is wel belangrijk je te realiseren dat de vrije markt niet alleen bestaat bij de gratie van vrijheid, het gaat ook om vertrouwen. En vertrouwen creëer je door verantwoordelijk gedrag. Alleen dan ben je de vrijheid waard.’ V

Advertenties

4 gedachtes over “Jan Kalff

  1. Het wereldbeeld verandert nu zeer snel, hetgeen u na het lezen van het ‘Handboek voor ondernemen in de Nieuwe Tijd’ niet langer zal verbazen. De inhoud van ‘Duurzaamheid, een innerlijk proces’ werpt een nieuw licht op de wereldproblematiek en hoe deze heeft kunnen ontstaan. Duidelijk is dat onethisch handelen op grote schaal de aanzet is geweest tot de afbraak waar we nu getuige van zijn. In onze visie kan er geen duurzame samenleving ontstaan, als we niet eerst op innerlijk niveau aan harmonie werken.

    Graag willen wij uw aandacht vragen voor het nieuwe boek ‘Duurzaamheid, een innerlijk proces’ dat een werkelijk antwoord geeft op de huidige mondiale crises.

    Meer informatie, waaronder diverse artikelen, kunt u vinden op onze website.

  2. Dhr Kalff heeft groot gelijk>m.i. is hij een van de beste bankiers van de vorige eeuw vasthoudend aan het traditioneele bankbedrijf.Het zg casino banking zou door de toezichthouders die ook hebben gefaald moeten worden verboden

  3. Bedankt voor het interview. Als jonge man zie ik het gouden kalf als grote voorbeeld.

    Waar vind je er nog zo een? Met zo’n hoog verantwoordelijkheidsgevoel.

    Top.

  4. Tja, mensen als Jan Kalff vind je tegenwoordig nauwelijks meer.
    Door de hele maatschappij zijn managers alleen met zichzelf bezig. Het zit nu zelfs in de non-profit sector, kijk maar bij zorginstellingen, scholen etc. Nog erger is dat ze niets geleerd hebben en gewoon weer door gaan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s